Toelatingsprocedure en kosten
Ieder jaar starten er bij PPO meerdere V&O- en K&J-opleidingsgroepen, verspreid over het jaar.
Toelatingseisen en toelatingsprocedure
Het is een vereiste dat de kandidaat-piog in het bezit is van een LOGO-verklaring. Op deze verklaring staat vastgelegd dat een kandidaat aan alle wettelijke toelatingsvoorwaarden voor de GZ-opleiding voldoet. Een van deze toelatingsvoorwaarden is een diploma van de doctoraal- of masteropleiding Psychologie, (Ortho)pedagogiek of Geestelijk gezondheidszorg. Een LOGO-verklaring is maximaal vijf jaar geldig.
Kandidaat-piogs kunnen zichzelf niet direct aanmelden voor de opleiding, maar worden geselecteerd en voorgedragen door een erkende praktijkopleidingsinstelling (poi). Deze poi’s vragen ieder jaar een aantal opleidingsplaatsen aan bij PPO. Opleidingsinstituut PPO streeft ernaar alle aangevraagde opleidingsplaatsen te honoreren.
Lees hier de volledige toelatingsprocedure die PPO hanteert.
Overeenkomsten en opleidingsverklaring
Voordat de kandidaat-piog starten kan met de GZ-opleiding zijn nog enkele overeenkomsten vereist. De kandidaat-piog stuurt de (leer)arbeidsovereenkomst en/of aanvullende regeling op de vaste aanstelling m.b.t. de opleiding (incl. afspraken over studiekosten) uiterlijk twee weken voor de kennismakingsdagen naar de opleidingsondersteuner. De opleidingsovereenkomst en de leerovereenkomst dienen uiterlijk op de eerste kennismakingsdag naar de opleidingsondersteuner verstuurd te zijn. Als aan alle voorwaarden voldaan is, ontvangt de kandidaat-piog een opleidingsverklaring, waarmee de inschrijving bij opleidingsinstituut PPO definitief is. Met deze verklaring schrijft de piog zich in bij het opleidingsregister van de FGzPt.
Startdata GZ-V&O 2025*
- januari
- maart (Zwolle)
- april
- september
- november
Startdata GZ-K&J 2025*
- april (Zwolle)
- september
* wijzigingen onder voorbehoud
Kosten
De kosten van de GZ-opleiding bedragen per 1 januari 2026 € 24.300,-. Dit zijn de directe opleidingskosten, waarvoor de praktijkopleidingsinstelling een factuur ontvangt. Alle andere kosten, waaronder die voor supervisie en werkbegeleiding, zijn altijd voor rekening van de praktijkopleidingsinstelling. Het grootste deel van de literatuur die tijdens de opleiding gebruikt wordt, is online te raadplegen met een account bij de universiteitsbibliotheek. Voor sommige cursussen is het daarnaast nodig om boeken aan te schaffen.