Opzet

De postacademische opleiding tot Orthopedagoog-generalist bestaat uit een praktijkgedeelte en een cursorisch deel.

Algemene opzet en tijdsinvestering

Het cursorisch gedeelte van de opleiding duurt twee jaar. Het praktijkgedeelte van de opleiding duurt minimaal twee en maximaal vier jaar. De totale omvang van de opleiding is 3600 uur.

De praktijkervaring (2790 uur) wordt gedurende bovenstaande periode opgedaan in een erkende praktijkopleidingsinstelling. Je valt dan onder verantwoordelijkheid van een praktijkopleider en werkt onder begeleiding van supervisoren en werkbegeleiders.

Het onderwijs heeft betrekking op vier onderdelen: behandeling en begeleiding, diagnostiek, indicatiestelling en overige taken. Dit laatste onderdeel is gericht op het gebied van voorlichting, consultatie en preventie. 

Urenverdeling over de opleidingsonderdelen:

 

Cursorisch
deel

Zelfstudie Praktijk   Supervisie Totaal
Diagnostiek 200 96 1116 36 1440
Indicatiestelling 40 24 279 9 360
Behandeling/ begeleiding 200 96 1116 36 1440
Overige Taken 40 24 279 9 360
Totaal 480 240 2790 90 3600

 

Praktijkgedeelte

De praktijkervaring (2790 uur) wordt opgedaan in een door de hoofdopleider erkende praktijkopleidingsinstelling. De opleideling is in dienst van deze praktijkopleidingsinstelling. Er wordt gewerkt op het gebied van behandeling/begeleiding, diagnostiek, indicatiestelling en overige taken. De omschreven werkervaring wordt opgedaan volgens een opleidingsplan onder verantwoordelijkheid van een praktijkopleider en onder supervisie (90 uur) van gekwalificeerde supervisoren.

Cursorisch gedeelte

Het cursorisch onderwijs (480 uur) vindt, gedurende twee jaar, één dag per week plaats. Binnen het onderwijs worden verschillende werkvormen gehanteerd, zoals hoorcolleges, rollenspelen, casuïstiek en groepsactiviteiten. Er wordt een beroep gedaan op het reflecterend vermogen van de opleideling, zowel in het cursorisch deel als in de praktijk. Voor de opleidelingen geldt een 100% aanwezigheidsplicht.

Toetsing

De schriftelijke toetsen en opdrachten, inclusief de beoordelingscriteria, worden vastgesteld door de hoofddocent van de betreffende cursus. Bij aanvang van elk cursusonderdeel zal de toetsregeling worden vermeld. Het praktijkgedeelte wordt beoordeeld door de praktijkopleider aan de hand van werkverslagen.

Getuigschrift en registratie

Na voltooiing van de opleiding, indien alle cursus- en praktijkonderdelen zijn afgerond en als voldoende beoordeeld, wordt een getuigschrift uitgereikt.